Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Problemen die het gevolg zijn van transfer zijn niet direct een indicatie van een taalontwikkelingsstoornis. Indien de problemen die hieronder beschreven worden langdurig aanhouden, kan dit wel een indicatie zijn van een TOS.
Fonologie Te verwachten valt dat kinderen met het Swahili als moedertaal problemen ondervinden bij het leren van de extra Nederlandse klinkers [œj], [Ø], [y] en [Y]. Bij het leren van de klanken van de medeklinkers worden niet veel problemen verwacht, maar op het gebied van spelling zouden wat moeilijkheden kunnen ontstaan bij de /c/, [x] en [ɲ]. Deze problemen hoeven geen indicatie van een TOS te zijn.
Aangezien het Nederlands geen toontaal is, zullen op dit gebied geen problemen worden verwacht.
Morfologie Vanwege het feit dat het Swahili een agglutinerende taal is, kan het in het Nederlands moeilijk zijn om de vervoeging van werkwoorden los van elkaar te schrijven. Ook kan het, vanwege het feit dat het Swahili een pro-drop taal is, voorkomen dat onderwerpen uit zinnen weg worden gelaten. Ook kan het voorkomen dat alle werkwoorden een vervoeging krijgen, omdat dat de manier is waarop werkwoorden in het Swahili vervoegd worden. Dit zijn niet direct kenmerken van een taalontwikkelingsstoornis, maar zou na verloop van tijd wel over moeten gaan.
De vervoeging van werkwoorden en naamwoorden zou aan de andere kant ook makkelijker kunnen zijn, omdat er veel minder uitgangen geleerd hoeven te worden. Het gebruik van lidwoorden zal daarentegen weer wat moeilijker zijn, omdat die niet in het Swahili voorkomen.
Syntaxis De woordvolgorde van de Nederlandse bijzin verschilt van de gangbare woordvolgorde in het Swahili. Het zal om deze reden tijd en moeite kosten om zinnen in de juiste volgorde te formuleren, maar dit is niet direct een aanwijzing voor een TOS. Naast de volgorde van een bijzin worden ook vraagzinnen anders geformuleerd in het Swahili. Het vraagwoord staat op de plek in de zin waar het zijn functie (onderwerp of lijdend voorwerp) moet vervullen en verplaatst niet naar het begin van de zin.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen Er is helaas weinig tot geen informatie gevonden over verwervingsvolgordes of taalontwikkelingsstoornissen in het Swahili. De vragen hieronder zijn daarom gebaseerd op algemene kenmerken van een TOS.
Fonologie
Heeft het kind problemen bij de productie van bepaalde klanken in de moedertaal die niet meer bij de leeftijd van het kind passen?
Voor het Nederlands geldt dat kinderen vanaf hun vierde jaar alle klanken hebben verworven. In het Swahili zijn alle klanken voor het zesde jaar verworven. Normaal ontwikkelende kinderen verwerven de [z], [s], [h], [θ] en [r] in deze volgorde als laatste. Wanneer er rond het zesde levensjaar nog problemen zijn met de andere klanken van het Swahili, dan kan dit een aanwijzing zijn van een taalontwikkelingsstoornis.
Produceert een kind ouder dan 3 jaar nog geen woorden met vier lettergrepen?
Normaal ontwikkelende kinderen kunnen vanaf hun derde jaar woorden met vier lettergrepen produceren.
Maakt het kind gebruik van fonologische processen bij de uitspraak van moeilijke woorden?
Normaal ontwikkelende kinderen stoppen vanaf 3;5 jaar met het gebruik van palatalisatie en klankverschuiving; vanaf 3;11 met het gebruik van clusterreductie en het weglaten van de eerste consonanten; vanaf 5;5 met het weglaten van zwakke syllaben en vanaf 5;11 jaar met lateralisatie en substitutie. Wanneer deze processen na deze leeftijden nog gebruikt worden, kan dit een aanwijzing zijn van een taalontwikkelingsstoornis.
Morfologie
Heeft het kind in de moedertaal problemen met de vervoeging van naamwoorden en werkwoorden, zoals persoonsvervoeging of tijdsmarkering?
Vanaf het achtste levensjaar zijn bij een normaal ontwikkelend kind de vervoegingen van werkwoorden meestal verworven.
Syntaxis
Is het kind in staat om de juiste woordvolgorde in Nederlandse hoofd- en bijzinnen te gebruiken?
Swahili is een Bantu-taal en staat op plek 7 van de lijst met meest gesproken talen ter wereld. Swahili is de moedertaal van 50 miljoen bewonders van landen aan de oostkust van Afrika. Dit strekt zich uit van Zuid-Somalië tot Noord-Mozambique en de eilanden van Pate, Lamu, Pemba, Zanzibar and Mafia. Van oost naar west strekt het gebied waar Swahili wordt gesproken zich uit van Tanzania en Kenia tot Congo, en naar het noorden tot Uganda, Burundi, Zambia en Malawi. Het Engels is de tweede voertaal in deze Afrikaanse landen.
Fonologie De meeste klanken die in het Nederlands voorkomen, komen overeen met de klanken in het Swahili. Alle Nederlandse medeklinkers behalve de /x/ en /q/ komen in het Swahili voor, maar niet met dezelfde schrijfwijze. De [x] wordt geschreven als een /h/; de [s] komt alleen voor als /s/ en niet als /c/ en de [sh] wordt geschreven als /s/. De [γ] wordt geschreven als /γ/ en niet als /g/. Zo wordt ook de [ŋ] geschreven als /ŋ/ en niet als /ng/ en de [ɲ] als /ɲ/ en niet als /nj/.
Schrijfwijzen die in het Nederlands wel voorkomen, maar in het Swahili anders uitgesproken worden zijn: /c/ - uitgesproken als [ʦ]; /ch/ - uitgesproken als [ʦh] en /j/ - ook uitgesproken als [ʣ].
Daarnaast kent het Swahili affricaten [ʦ] en [ʣ]:, implosieven: [ɓ] [ɗ] [g] en aspiraten: [ph] [th] [kh] en [θ] en [ð] die we in Nederlands uit het Engels kennen
Er zijn alleen klinkers die in het Nederlands wel voorkomen, maar niet in het Swahili. Deze zijn: [œ], [Ø], [y] en [Y].
Het Swahili is een toontaal. Dit houdt in dat het gebruik van verschillende toonhoogte verschillen in betekenis, tijd en aspect kunnen weergeven. Er is in het Swahili ook sprake van klinkerharmonie.
Syllabestructuur
De lettergrepen in het Swahili bestaan ieder uit één klinker. Er kunnen binnen één lettergreep tot wel drie consonanten voor een klinker staan: ngwena (krokodil) (Gangji, Pascoe & Smouse 2014).
Morfologie Het Swahili is een agglutinerende taal. Dit betekent dat een woord, werkwoord of naamwoord, verbogen wordt door er affixen voor of achter te plaatsen. Er bestaan in totaal achttien verschillende woordklassen in het Swahili. Iedere woordklasse heeft zijn eigen affixen en ook ieder kenmerk dat aan een woord toegekend kan worden heeft zijn eigen affixen. Voorbeelden van woordklassen zijn naamwoorden, voornaamwoorden en werkwoorden.
Naamwoorden Het Swahili kent geen woordgeslacht zoals we in het Nederlands mannelijk, vrouwelijk en onzijdig onderscheiden. Er zijn ook geen tegenhangers van de lidwoorden ‘de’ en ’het’, maar er is wel een indefiniet voornaamwoord dat vergeleken kan worden met ‘een’.
Of een woord enkelvoud of meervoud is, wordt aangegeven door het prefix ‘mu’. Begint een woord met een medeklinker en staat het in het enkelvoud, dan woord ‘m-‘ (uitgesproken als [hum] voor dat woord geschreven. Begint een woord in het enkelvoud met een klinker, dan wordt ‘mw’ geschreven. Voor het meervoud wordt ‘mi’ of ‘wa’ voor een medeklinker en ‘m’ voor een klinker gebruikt.
Net als het Nederlands kent het Swahili ook persoonlijke voornaamwoorden. Een persoonlijk voornaamwoord kan aan een werkwoord vast voorkomen of als zelfstandig woord. In zelfstandige vorm is er sprake van duplicatie. Het paradigma is weergegeven in tabel 1.
Mimi
Nilianguka
1ste enkelvoud
Ik viel
Wewe
Ulianguka
2e enkelvoud
Jij viel
Yeye
Alianguka
3e enkelvoud
Hij/Zij viel
Sisi
Tulianguka
1ste meervoud
Wij vielen
Ninyi
Mulianguka
2e meervoud
Jullie vielen
Hawa
Walianguka
3e meervoud
Zij vielen
Tabel 1: Vrije en gebonden persoonlijke voornaamwoorden (Deen 2001)
Naast persoonlijke voornaamwoorden kent het Swahili ook aanwijzende, bezittende en vragende voornaamwoorden. Bijvoeglijke naamwoorden krijgen dezelfde affixen als het zelfstandige naamwoord waar ze bij horen.
Werkwoorden Een werkwoord bestaat uit een stam waar veel verschillende affixen aan toegevoegd kunnen worden. Hiervoor bestaat de volgende posities: 1. Pre-initieel: ha (alleen gebruikt bij ontkenning + sluit gebruik van 3 uit) 2. Initieel: wordt altijd gebruikt, behalve bij imperatief, adhortatief en habitueel 3. Postinitieel: si (alleen gebruikt bij ontkenning + sluit gebruik van 1 uit) 4. Marker 5. Infix: ruimte voor een direct of indirect object 6. Stam 7. Suffixen 8. Finaal: a (maar i wanneer ontkenning en e wanneer subjuntief of adhortatief) 9. Postfinaal
Al deze posities kunnen worden gebruikt om verschillende zegswijzen, modi, tijden en aspecten weer te geven. Een zin kan bevestigend of ontkennend zijn. Modi die kunnen worden onderscheiden zijn: indicatief (aantonende wijs), imperatief (gebiedende wijs), adhortatief (aansporende wijs), subjunctief (aanvoegende wijs/ wens) en relatief (aanvullende informatie). Aspecten kunnen contrast, verschil tussen een lopende of geëindigde activiteit, afhankelijkheid van een bepaalde conditie of een gewoonte aangeven. In tabel 2 zijn een aantal morfemen te zien die verschillende tijden en aspecten aangeven.
Syntaxis De woordvolgorde die in het Swahili het meeste voorkomt, is SVO: onderwerp, werkwoord, object. Gezien het Swahili een pro-drop taal is, kan het onderwerp weggelaten worden. Het werkwoord is rijk genoeg vervoegd om het onderwerp daaruit af te kunnen leiden.
Vraagzinnen worden gemaakt door een vraagwoord te gebruiken. Dit vraagwoord komt op de plaats van het subject als het die functie vervult en blijft op de plaats van het object staan (en verplaatst dus niet naar het begin van de zin) als het die functie vervult.
Pragmatiek In het Swahili is het elkaar begroeten erg belangrijk. Het is gebruikelijk om een ander altijd naar zijn gezondheid, bezigheden en relaties te vragen. Ook als je die persoon al lang niet gesproken hebt. Weggaan zonder te groeten wordt als zeer onbeleefd beschouwd.
3. Verwervingsfases in bovenstaande domeinen in het Swahili
Er is weinig bekend over verwervingsvolgordes in het Swahili. Er is bekend dat kinderen tijdens de verwerving van het Swahili geen gebruik maken van root infinitives, maar werkwoorden van jongs af aan vervoegen. Er daarnaast is bekend dat kinderen op de basisschool les krijgen in het Swahili, maar dat ze vanaf de middelbare school les krijgen in het Engels. Het kan hierdoor het geval zijn dat het Swahili niet volledig is of wordt verworven.
In het artikel van Gangji, Pascoe en Smouse (2014) wordt de normale verwerving van de fonologie van het Swahili dat geleerd wordt door kinderen in Tanzania beschreven. Alle klinkers [a, ε, i, ᴐ, u] en de meeste medeklinkers [b, p, t, d, k, g, m, n, w, j, l, f, v, ŋ, ʃ, ɲ, ʧ, ʣ, ð]zijn voor 3;6 jaar verworven. Tussen den 3;6 en 4 wordt de [z] verworven. De [s] en [h] worden tussen de 4 en 4;6 verworven en als laatste worden de [θ] en [r] tussen de 5;6 en 6 verworven. Hieruit kan opgemaakt worden dan fricatieven moeilijk worden gevonden en daarnaast ook de tril [r].
Al vanaf 3 jaar zijn kinderen in staat om vierlettergrepige woorden te produceren. Woorden met consonantclusters middenin het woord worden wat moeilijker gevonden.
Zoals in veel talen voorkomt, maken kinderen die Swahili leren gebruik van fonologische processen wanneer de uitspraak van een woord moeilijk is. Lateralisatie en substitutie kwamen in alle onderzochte groepen: 3;0 t/m 5;11 jaar, voor. Tot en met 5;5 jaar oud worden zwakke syllaben weggelaten. Vanaf 3;11 jaar komen clusterreductie en het weglaten van de eerste consonant niet meer voor en al na 3;5 jaar maken kinderen geen gebruik meer van palatalisatie en klankverschuiving.
De auteurs wijzen erop dat het aantal proefpersonen gering was en dat de proefpersonen allemaal meertalig waren. Het is daarom aan te raden deze resultaten voorzichtig te gebruiken.
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Swahili
Er is in het Engels of Nederlands niets bekend over de fouten die kinderen met een taalontwikkelingsstoornis maken in het Swahili.
5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen
Voor diegene die meer willen weten over de Swahili, de grammatica van het Swahili, het schrift en de verschillen met het Engels verwijs ik door naar het Taalhandboek Swahili: http://eric.ed.gov:80/PDFS/ED012888.pdf
Deen, K. U. (2001). The acquisition of Swahili verbal morphology. In: The Proceedings the Generative Approaches to Language Acquisition 2001 conference. Palmela, Portugal.
Gangji, N., Pascoe, M., & Smouse, M. (2014). Swahili speech development: preliminary normative data from typically developing pre‐school children in Tanzania. International Journal of Language & Communication Disorders, 50(2), 151-164. (Met dank aan A. van Leerdam vanuit Kenia)
Top Het prefix 'mu-' heeft een variant zonder de 'u' waardoor een lettergreep van één medeklinker ontstaat aan het begin van een woord. Dit prefix geeft aan dat het woord waar het voor staat, in het enkelvoud staat. De /m/ wordt uitgesproken als [hum]. Enkele voorbeelden:
prefix + beginletter
voorbeeld
vertaling
mt
mtoto
een kind
mz
mzungu
een blanke man
Vanwege het feit dat het Swahili een agglutinerende taal is, kan het in het Nederlands moeilijk zijn om de vervoeging van werkwoorden los van elkaar te schrijven. Ook is het vanwege het feit dat het Swahili een pro-drop taal is, voorkomen dat onderwerpen uit zinnen weg worden gelaten. Ook kan het voorkomen dat alle werkwoorden een vervoeging krijgen, omdat dat de manier is waarop werkwoorden in het Swahili vervoegt worden. Dit zijn niet direct kenmerken van een taalstoornis, maar zou na verloop van tijd wel over moeten gaan.
De vervoeging van werkwoorden en naamwoorden zou aan de andere kant ook makkelijker kunnen zijn, omdat er veel minder uitgangen geleerd hoeven te worden. Het gebruik van lidwoorden zal daarentegen weer wat moeilijker zijn, omdat die niet in het Swahili voorkomen.
Syntaxis
De woordvolgorde van de Nederlandse bijzin verschilt van de gangbare woordvolgorde in het Swahili. Het zal om deze reden tijd en moeite kosten om zinnen in de juiste volgorde te formuleren, maar dit is niet direct een aanwijzing voor een TOS. Naast de volgorde van een bijzin worden ook vraagzinnen anders geformuleerd in het Swahili. Het vraagwoord staat op de plek in de zin waar het zijn functie (onderwerp of lijdend voorwerp) moet vervullen en verplaatst niet naar het begin van de zin.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Fonologie
Heeft het kind problemen bij de productie van bepaalde klanken in de moedertaal die niet meer bij de leeftijd van het kind passen?
Morfologie
Heeft het kind in de moedertaal problemen met de vervoeging van naamwoorden en werkwoorden, zoals persoonsvervoeging of tijdsmarkering?
Is het kind in staat om de juiste woordvolgorde in Nederlandse hoofd- en bijzinnen te gebruiken?
Fouten in de vervoeging van woorden en in grammatica zijn algemene indicatoren van een TOS. Aangezien er geen verwervingsvolgordes of specifieke TOS-elementen uit het Swahili bekend zijn, zal gebruik moeten worden gemaakt van deze algemene kennis.
Problemen die het gevolg zijn van transfer zijn niet direct een indicatie van een taalontwikkelingsstoornis. Indien de problemen die hieronder beschreven worden langdurig aanhouden, kan dit wel een indicatie zijn van een TOS. Gangji, N., Pascoe, M., & Smouse, M. (2015). Swahili speech development: preliminary normative data from typically developing pre‐school children in Tanzania. International Journal of Language & Communication Disorders, 50(2), 151-164.
In het artikel van Gangji, Pascoe en Smouse (2014) wordt de normale verwerving van de fonologie van het Swahili dat geleerd wordt door kinderen in Tanzania beschreven. Alle klinkers [a, ε, i, ᴐ, u] en de meeste medeklinkers [b, p, t, d, k, g, m, n, w, j, l, f, v, ŋ, ʃ, ɲ, ʧ, ʣ, ð]zijn voor 3;6 jaar verworven. Tussen den 3;6 en 4 wordt de [z] verworven. De [s] en [h] worden tussen de 4 en 4;6 verworven en als laatste worden de [θ] en [r] tussen de 5;6 en 6 verworven. Hieruit kan opgemaakt worden dan fricatieven moeilijk worden gevonden en daarnaast ook de tril [r].
Al vanaf 3 jaar zijn kinderen in staat om vierlettergrepige woorden te produceren. Woorden met consonantclusters middenin het woord worden wat moeilijker gevonden.
Zoals in veel talen voorkomt, maken kinderen die Swahili leren gebruik van fonologische processen wanneer de uitspraak van een woord moeilijk is. Lateralisatie en substitutie kwamen in alle onderzochte groepen: 3;0 t/m 5;11 jaar, voor. Tot en met 5;5 jaar oud worden zwakke syllaben weggelaten. Vanaf 3;11 jaar komen clusterreductie en het weglaten van de eerste consonant niet meer voor en al na 3;5 jaar maken kinderen geen gebruik meer van palatalisatie en klankverschuiving.
De auteurs wijzen erop dat het aantal proefpersonen gering was en dat de proefpersonen allemaal meertalig waren. Het is daarom aan te raden deze resultaten voorzichtig te gebruiken.
Table of Contents
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Problemen die het gevolg zijn van transfer zijn niet direct een indicatie van een taalontwikkelingsstoornis. Indien de problemen die hieronder beschreven worden langdurig aanhouden, kan dit wel een indicatie zijn van een TOS.
Fonologie
Te verwachten valt dat kinderen met het Swahili als moedertaal problemen ondervinden bij het leren van de extra Nederlandse klinkers [œj], [Ø], [y] en [Y]. Bij het leren van de klanken van de medeklinkers worden niet veel problemen verwacht, maar op het gebied van spelling zouden wat moeilijkheden kunnen ontstaan bij de /c/, [x] en [ɲ]. Deze problemen hoeven geen indicatie van een TOS te zijn.
Aangezien het Nederlands geen toontaal is, zullen op dit gebied geen problemen worden verwacht.
Morfologie
Vanwege het feit dat het Swahili een agglutinerende taal is, kan het in het Nederlands moeilijk zijn om de vervoeging van werkwoorden los van elkaar te schrijven. Ook kan het, vanwege het feit dat het Swahili een pro-drop taal is, voorkomen dat onderwerpen uit zinnen weg worden gelaten. Ook kan het voorkomen dat alle werkwoorden een vervoeging krijgen, omdat dat de manier is waarop werkwoorden in het Swahili vervoegd worden. Dit zijn niet direct kenmerken van een taalontwikkelingsstoornis, maar zou na verloop van tijd wel over moeten gaan.
De vervoeging van werkwoorden en naamwoorden zou aan de andere kant ook makkelijker kunnen zijn, omdat er veel minder uitgangen geleerd hoeven te worden. Het gebruik van lidwoorden zal daarentegen weer wat moeilijker zijn, omdat die niet in het Swahili voorkomen.
Syntaxis
De woordvolgorde van de Nederlandse bijzin verschilt van de gangbare woordvolgorde in het Swahili. Het zal om deze reden tijd en moeite kosten om zinnen in de juiste volgorde te formuleren, maar dit is niet direct een aanwijzing voor een TOS. Naast de volgorde van een bijzin worden ook vraagzinnen anders geformuleerd in het Swahili. Het vraagwoord staat op de plek in de zin waar het zijn functie (onderwerp of lijdend voorwerp) moet vervullen en verplaatst niet naar het begin van de zin.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Er is helaas weinig tot geen informatie gevonden over verwervingsvolgordes of taalontwikkelingsstoornissen in het Swahili. De vragen hieronder zijn daarom gebaseerd op algemene kenmerken van een TOS.
Fonologie
- Heeft het kind problemen bij de productie van bepaalde klanken in de moedertaal die niet meer bij de leeftijd van het kind passen?
Voor het Nederlands geldt dat kinderen vanaf hun vierde jaar alle klanken hebben verworven. In het Swahili zijn alle klanken voor het zesde jaar verworven. Normaal ontwikkelende kinderen verwerven de [z], [s], [h], [θ] en [r] in deze volgorde als laatste. Wanneer er rond het zesde levensjaar nog problemen zijn met de andere klanken van het Swahili, dan kan dit een aanwijzing zijn van een taalontwikkelingsstoornis.- Produceert een kind ouder dan 3 jaar nog geen woorden met vier lettergrepen?
Normaal ontwikkelende kinderen kunnen vanaf hun derde jaar woorden met vier lettergrepen produceren.- Maakt het kind gebruik van fonologische processen bij de uitspraak van moeilijke woorden?
Normaal ontwikkelende kinderen stoppen vanaf 3;5 jaar met het gebruik van palatalisatie en klankverschuiving; vanaf 3;11 met het gebruik van clusterreductie en het weglaten van de eerste consonanten; vanaf 5;5 met het weglaten van zwakke syllaben en vanaf 5;11 jaar met lateralisatie en substitutie. Wanneer deze processen na deze leeftijden nog gebruikt worden, kan dit een aanwijzing zijn van een taalontwikkelingsstoornis.Morfologie
- Heeft het kind in de moedertaal problemen met de vervoeging van naamwoorden en werkwoorden, zoals persoonsvervoeging of tijdsmarkering?
Vanaf het achtste levensjaar zijn bij een normaal ontwikkelend kind de vervoegingen van werkwoorden meestal verworven.Syntaxis
- Maakt het kind gebruik van root infinitives?
Normaal ontwikkelende kinderen maken hier in hun verwerving van het Swahili geen gebruik van.Top
1. Algemene informatie over het Swahili
Swahili is een Bantu-taal en staat op plek 7 van de lijst met meest gesproken talen ter wereld. Swahili is de moedertaal van 50 miljoen bewonders van landen aan de oostkust van Afrika. Dit strekt zich uit van Zuid-Somalië tot Noord-Mozambique en de eilanden van Pate, Lamu, Pemba, Zanzibar and Mafia. Van oost naar west strekt het gebied waar Swahili wordt gesproken zich uit van Tanzania en Kenia tot Congo, en naar het noorden tot Uganda, Burundi, Zambia en Malawi. Het Engels is de tweede voertaal in deze Afrikaanse landen.
Top
2. Specifieke informatie over het Swahili
Fonologie
De meeste klanken die in het Nederlands voorkomen, komen overeen met de klanken in het Swahili. Alle Nederlandse medeklinkers behalve de /x/ en /q/ komen in het Swahili voor, maar niet met dezelfde schrijfwijze. De [x] wordt geschreven als een /h/; de [s] komt alleen voor als /s/ en niet als /c/ en de [sh] wordt geschreven als /s/. De [γ] wordt geschreven als /γ/ en niet als /g/. Zo wordt ook de [ŋ] geschreven als /ŋ/ en niet als /ng/ en de [ɲ] als /ɲ/ en niet als /nj/.
Schrijfwijzen die in het Nederlands wel voorkomen, maar in het Swahili anders uitgesproken worden zijn: /c/ - uitgesproken als [ʦ]; /ch/ - uitgesproken als [ʦh] en /j/ - ook uitgesproken als [ʣ].
Daarnaast kent het Swahili affricaten [ʦ] en [ʣ]:, implosieven: [ɓ] [ɗ] [g] en aspiraten: [ph] [th] [kh] en [θ] en [ð] die we in Nederlands uit het Engels kennen
Er zijn alleen klinkers die in het Nederlands wel voorkomen, maar niet in het Swahili. Deze zijn: [œ], [Ø], [y] en [Y].
Het Swahili is een toontaal. Dit houdt in dat het gebruik van verschillende toonhoogte verschillen in betekenis, tijd en aspect kunnen weergeven. Er is in het Swahili ook sprake van klinkerharmonie.
Syllabestructuur
De lettergrepen in het Swahili bestaan ieder uit één klinker. Er kunnen binnen één lettergreep tot wel drie consonanten voor een klinker staan: ngwena (krokodil) (Gangji, Pascoe & Smouse 2014).
Top
Morfologie
Het Swahili is een agglutinerende taal. Dit betekent dat een woord, werkwoord of naamwoord, verbogen wordt door er affixen voor of achter te plaatsen. Er bestaan in totaal achttien verschillende woordklassen in het Swahili. Iedere woordklasse heeft zijn eigen affixen en ook ieder kenmerk dat aan een woord toegekend kan worden heeft zijn eigen affixen. Voorbeelden van woordklassen zijn naamwoorden, voornaamwoorden en werkwoorden.
Naamwoorden
Het Swahili kent geen woordgeslacht zoals we in het Nederlands mannelijk, vrouwelijk en onzijdig onderscheiden. Er zijn ook geen tegenhangers van de lidwoorden ‘de’ en ’het’, maar er is wel een indefiniet voornaamwoord dat vergeleken kan worden met ‘een’.
Of een woord enkelvoud of meervoud is, wordt aangegeven door het prefix ‘mu’. Begint een woord met een medeklinker en staat het in het enkelvoud, dan woord ‘m-‘ (uitgesproken als [hum] voor dat woord geschreven. Begint een woord in het enkelvoud met een klinker, dan wordt ‘mw’ geschreven. Voor het meervoud wordt ‘mi’ of ‘wa’ voor een medeklinker en ‘m’ voor een klinker gebruikt.
Net als het Nederlands kent het Swahili ook persoonlijke voornaamwoorden. Een persoonlijk voornaamwoord kan aan een werkwoord vast voorkomen of als zelfstandig woord. In zelfstandige vorm is er sprake van duplicatie. Het paradigma is weergegeven in tabel 1.
Naast persoonlijke voornaamwoorden kent het Swahili ook aanwijzende, bezittende en vragende voornaamwoorden. Bijvoeglijke naamwoorden krijgen dezelfde affixen als het zelfstandige naamwoord waar ze bij horen.
Werkwoorden
Een werkwoord bestaat uit een stam waar veel verschillende affixen aan toegevoegd kunnen worden. Hiervoor bestaat de volgende posities:
1. Pre-initieel: ha (alleen gebruikt bij ontkenning + sluit gebruik van 3 uit)
2. Initieel: wordt altijd gebruikt, behalve bij imperatief, adhortatief en habitueel
3. Postinitieel: si (alleen gebruikt bij ontkenning + sluit gebruik van 1 uit)
4. Marker
5. Infix: ruimte voor een direct of indirect object
6. Stam
7. Suffixen
8. Finaal: a (maar i wanneer ontkenning en e wanneer subjuntief of adhortatief)
9. Postfinaal
Al deze posities kunnen worden gebruikt om verschillende zegswijzen, modi, tijden en aspecten weer te geven. Een zin kan bevestigend of ontkennend zijn. Modi die kunnen worden onderscheiden zijn: indicatief (aantonende wijs), imperatief (gebiedende wijs), adhortatief (aansporende wijs), subjunctief (aanvoegende wijs/ wens) en relatief (aanvullende informatie). Aspecten kunnen contrast, verschil tussen een lopende of geëindigde activiteit, afhankelijkheid van een bepaalde conditie of een gewoonte aangeven. In tabel 2 zijn een aantal morfemen te zien die verschillende tijden en aspecten aangeven.
Top
Syntaxis
De woordvolgorde die in het Swahili het meeste voorkomt, is SVO: onderwerp, werkwoord, object. Gezien het Swahili een pro-drop taal is, kan het onderwerp weggelaten worden. Het werkwoord is rijk genoeg vervoegd om het onderwerp daaruit af te kunnen leiden.
Vraagzinnen worden gemaakt door een vraagwoord te gebruiken. Dit vraagwoord komt op de plaats van het subject als het die functie vervult en blijft op de plaats van het object staan (en verplaatst dus niet naar het begin van de zin) als het die functie vervult.
Pragmatiek
In het Swahili is het elkaar begroeten erg belangrijk. Het is gebruikelijk om een ander altijd naar zijn gezondheid, bezigheden en relaties te vragen. Ook als je die persoon al lang niet gesproken hebt. Weggaan zonder te groeten wordt als zeer onbeleefd beschouwd.
3. Verwervingsfases in bovenstaande domeinen in het Swahili
Er is weinig bekend over verwervingsvolgordes in het Swahili. Er is bekend dat kinderen tijdens de verwerving van het Swahili geen gebruik maken van root infinitives, maar werkwoorden van jongs af aan vervoegen. Er daarnaast is bekend dat kinderen op de basisschool les krijgen in het Swahili, maar dat ze vanaf de middelbare school les krijgen in het Engels. Het kan hierdoor het geval zijn dat het Swahili niet volledig is of wordt verworven.In het artikel van Gangji, Pascoe en Smouse (2014) wordt de normale verwerving van de fonologie van het Swahili dat geleerd wordt door kinderen in Tanzania beschreven. Alle klinkers [a, ε, i, ᴐ, u] en de meeste medeklinkers [b, p, t, d, k, g, m, n, w, j, l, f, v, ŋ, ʃ, ɲ, ʧ, ʣ, ð]zijn voor 3;6 jaar verworven. Tussen den 3;6 en 4 wordt de [z] verworven. De [s] en [h] worden tussen de 4 en 4;6 verworven en als laatste worden de [θ] en [r] tussen de 5;6 en 6 verworven. Hieruit kan opgemaakt worden dan fricatieven moeilijk worden gevonden en daarnaast ook de tril [r].
Al vanaf 3 jaar zijn kinderen in staat om vierlettergrepige woorden te produceren. Woorden met consonantclusters middenin het woord worden wat moeilijker gevonden.
Zoals in veel talen voorkomt, maken kinderen die Swahili leren gebruik van fonologische processen wanneer de uitspraak van een woord moeilijk is. Lateralisatie en substitutie kwamen in alle onderzochte groepen: 3;0 t/m 5;11 jaar, voor. Tot en met 5;5 jaar oud worden zwakke syllaben weggelaten. Vanaf 3;11 jaar komen clusterreductie en het weglaten van de eerste consonant niet meer voor en al na 3;5 jaar maken kinderen geen gebruik meer van palatalisatie en klankverschuiving.
De auteurs wijzen erop dat het aantal proefpersonen gering was en dat de proefpersonen allemaal meertalig waren. Het is daarom aan te raden deze resultaten voorzichtig te gebruiken.
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Swahili
Er is in het Engels of Nederlands niets bekend over de fouten die kinderen met een taalontwikkelingsstoornis maken in het Swahili.5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen
Voor diegene die meer willen weten over de Swahili, de grammatica van het Swahili, het schrift en de verschillen met het Engels verwijs ik door naar het Taalhandboek Swahili: http://eric.ed.gov:80/PDFS/ED012888.pdfDeen, K. U. (2001). The acquisition of Swahili verbal morphology. In: The Proceedings the Generative Approaches to Language Acquisition 2001 conference. Palmela, Portugal.
Gangji, N., Pascoe, M., & Smouse, M. (2014). Swahili speech development: preliminary normative data from typically developing pre‐school children in Tanzania. International Journal of Language & Communication Disorders, 50(2), 151-164. (Met dank aan A. van Leerdam vanuit Kenia)
Top
Het prefix 'mu-' heeft een variant zonder de 'u' waardoor een lettergreep van één medeklinker ontstaat aan het begin van een woord. Dit prefix geeft aan dat het woord waar het voor staat, in het enkelvoud staat. De /m/ wordt uitgesproken als [hum]. Enkele voorbeelden:
Vanwege het feit dat het Swahili een agglutinerende taal is, kan het in het Nederlands moeilijk zijn om de vervoeging van werkwoorden los van elkaar te schrijven. Ook is het vanwege het feit dat het Swahili een pro-drop taal is, voorkomen dat onderwerpen uit zinnen weg worden gelaten. Ook kan het voorkomen dat alle werkwoorden een vervoeging krijgen, omdat dat de manier is waarop werkwoorden in het Swahili vervoegt worden. Dit zijn niet direct kenmerken van een taalstoornis, maar zou na verloop van tijd wel over moeten gaan.
De vervoeging van werkwoorden en naamwoorden zou aan de andere kant ook makkelijker kunnen zijn, omdat er veel minder uitgangen geleerd hoeven te worden. Het gebruik van lidwoorden zal daarentegen weer wat moeilijker zijn, omdat die niet in het Swahili voorkomen.
Syntaxis
De woordvolgorde van de Nederlandse bijzin verschilt van de gangbare woordvolgorde in het Swahili. Het zal om deze reden tijd en moeite kosten om zinnen in de juiste volgorde te formuleren, maar dit is niet direct een aanwijzing voor een TOS. Naast de volgorde van een bijzin worden ook vraagzinnen anders geformuleerd in het Swahili. Het vraagwoord staat op de plek in de zin waar het zijn functie (onderwerp of lijdend voorwerp) moet vervullen en verplaatst niet naar het begin van de zin.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Fonologie
Heeft het kind problemen bij de productie van bepaalde klanken in de moedertaal die niet meer bij de leeftijd van het kind passen?
Morfologie
Heeft het kind in de moedertaal problemen met de vervoeging van naamwoorden en werkwoorden, zoals persoonsvervoeging of tijdsmarkering?
Is het kind in staat om de juiste woordvolgorde in Nederlandse hoofd- en bijzinnen te gebruiken?
Fouten in de vervoeging van woorden en in grammatica zijn algemene indicatoren van een TOS. Aangezien er geen verwervingsvolgordes of specifieke TOS-elementen uit het Swahili bekend zijn, zal gebruik moeten worden gemaakt van deze algemene kennis.
Problemen die het gevolg zijn van transfer zijn niet direct een indicatie van een taalontwikkelingsstoornis. Indien de problemen die hieronder beschreven worden langdurig aanhouden, kan dit wel een indicatie zijn van een TOS.
Gangji, N., Pascoe, M., & Smouse, M. (2015). Swahili speech development: preliminary normative data from typically developing pre‐school children in Tanzania. International Journal of Language & Communication Disorders, 50(2), 151-164.
In het artikel van Gangji, Pascoe en Smouse (2014) wordt de normale verwerving van de fonologie van het Swahili dat geleerd wordt door kinderen in Tanzania beschreven. Alle klinkers [a, ε, i, ᴐ, u] en de meeste medeklinkers [b, p, t, d, k, g, m, n, w, j, l, f, v, ŋ, ʃ, ɲ, ʧ, ʣ, ð]zijn voor 3;6 jaar verworven. Tussen den 3;6 en 4 wordt de [z] verworven. De [s] en [h] worden tussen de 4 en 4;6 verworven en als laatste worden de [θ] en [r] tussen de 5;6 en 6 verworven. Hieruit kan opgemaakt worden dan fricatieven moeilijk worden gevonden en daarnaast ook de tril [r].
Al vanaf 3 jaar zijn kinderen in staat om vierlettergrepige woorden te produceren. Woorden met consonantclusters middenin het woord worden wat moeilijker gevonden.
Zoals in veel talen voorkomt, maken kinderen die Swahili leren gebruik van fonologische processen wanneer de uitspraak van een woord moeilijk is. Lateralisatie en substitutie kwamen in alle onderzochte groepen: 3;0 t/m 5;11 jaar, voor. Tot en met 5;5 jaar oud worden zwakke syllaben weggelaten. Vanaf 3;11 jaar komen clusterreductie en het weglaten van de eerste consonant niet meer voor en al na 3;5 jaar maken kinderen geen gebruik meer van palatalisatie en klankverschuiving.
De auteurs wijzen erop dat het aantal proefpersonen gering was en dat de proefpersonen allemaal meertalig waren. Het is daarom aan te raden deze resultaten voorzichtig te gebruiken.